zaterdag 30 mei 2026

RSB: De Pionier 3-Overschie 3

Dit was de laatste mogelijkheid voor het Pionierteam om eens een keer een positief resultaat te kunnen scoren. Het beste resultaat tot dusver was een 5½-2½ nederlaag dus was er de hoop op een positief resultaat. Maar dat moest dan wel gebeuren met een invaller en aangezien de spoeling van spelers voor dit laagste team vrij dun is......

Onder leiding van Sheila de Jonge en met het meeste commentaar van Thomas Ammerlaan kon de wedstrijd even na achten van start gaan. Eerst moest er nog het een en ander worden geregeld en de bezoekers waren coulant wat hun medewerking hierin betrof! Dan dus het woord aan Thomas: De eerste partij, die klaar was, was aan bord 1. Ik kon er weinig van zien, want Wilco Baartmans speelde als een raket, maar, net zoals de raket van SpaceX afgelopen week, ging het fout in de landing en dus was het eerste punt voor Overschie. Teamleider Michael Smalheer wist gelukkig goed nieuws te brengen aan bord 8. De tegenstander speelde een beetje opvallend Lh2+. Hij hoopte na Kxh2 Dd6+ op Kg1, waarna hij het paard op c6 kon pakken. Pe5 gooit echter roet in het eten, waarna Michael van een extra paard kon genieten. De partij eindigde ook op een mooie manier met Ld4+. De loper stond verdedigd door de dame op d8 en viel de dame aan op b2 en de koning op g7. Van de partij van debutant Joran van Zessen had ik helaas ook weinig meegemaakt, maar van wat ik had gezien zag het er goed uit. Ik hoorde dat hij een keuze moest maken tussen twee offers en dat hij helaas de verkeerde koos en daardoor verloor. Dan de partij van Bonne Faber aan bord 6, die daar zelf een analyse op loslaat: Het was niet direct bekend aan welk bord er gespeeld zou gaan worden, Duncan Peltenburg stond gepland aan bord 6 maar wilde liever hoger spelen dus kwam bord 6 vrij voor mij. Helaas werd ik direct in het begin al in de war gebracht omdat mijn tegenstandster relatief lang over haar eerste zetten nadacht, zodat er een gevoel ontstond minder oplettend te hoeven zijn!? Dat was al snel te merken bij de volgende stelling, na net

10 zetten. Zwart had zojuist Pe7 gespeeld en de beste zet voor wit is dan - Lxf6;Lxf6 - Lxd7;Dxd7 maar ik speelde Lb3. De volgende zet, die eigenlijk een beetje onzogvuldig was, was in de volgende positie:
Hier zag ik pionwinst opdoemen en speelde dus Pc4. De beste zet is hier - g4;a5 - gxh5;a4 - Lc4;b5 - Lf1;c6. Ik had g4 wel gezien maar verworpen omdat naar mijn idee de koning dan te veel in zijn blootje zou komen te staan. De eigenlijk beslissende fout kwam in de volgende stelling:
Hier is nog weinig aan de hand als je g4 durft te spelen. Maar ik dacht slechts aan het zo weinig mogelijk verliezen van materiaal zonder de koning in zijn blootje te zetten en speelde daarom Pf3. Nu kom ik dus een stuk achter te staan tegen twee pionnen, nog geen grote ramp, dacht ik. De volgende
stelling kwam even later op het bord en hier had nog - Pxa6;bxa6 - Td6;Pe5 - Txf6 kunnen volgen maar ook dat overzag ik en speelde Pd5 om tenminste één van de zwarte paarden af te kunnen ruilen. Het ging voor mij eigenlijk van kwaad naar erger en in de volgende positie besloot ik om op te geven:
De witte pionnenvoorsprong is al als sneeuw voor de zon verdwenen en zwart neemt ook dat over. Dat gevoel aan het begin van de partij heeft dus de zaken grondig voor mij verpest!? Daarom maar snel terug naar Thomas. Direct hier achter wist Leo Stelloo het wel over de lijn te halen aan bord 2. Hij kwam eerst een beetje knel te staan, maar datzelfde was ook het geval voor de tegenstander. Uiteindelijk wist Leo een dodelijke aanval op te zetten met een dame op f3, een loper op de a2-g8 diagonaal en een paard dat naar c7 keek. Dit werd te veel om te weren voor zwart en was het tweede punt binnen. 

Bij de partij van Duncan Peltenburg aan bord 4 was weinig te beleven. Het werd snel een eindspel met beide spelers drie stukken, het loperpaar, een paard en zeven pionnen. Drie stukken werden er twee en al gauw hadden beiden alleen nog een donkerveldige loper. Van de pionnen bleven er ook nog maar 4 staan. Een aantal remiseoffers van Duncan werden afgewezen, maar een tijdje later was het halve punt wel een feit. Van Wim Noordermeer had ik ook een halve punt verwacht. De stelling was voor een tijd erg complex, waar aan de koningskant wit en zwart alles op alles zetten om te winnen. Wat dan wel vaker gebeurt is, dat er dan een aantal stukken worden afgeruild, waarna er een eindspel ontstaat. Hier was het geen uitzondering en het werd een toreneindspel en 4 pionnen, een remise zou je dus zeggen. Wim blunderde helaas op het einde, waardoor de tegenstander schaak kon geven met de toren, waarna een torenruil moest komen en de vrije b-pion zou winnen. Aan bord 5 zat Albert Schaefer nog te ploeteren voor een winst. Hij kreeg eerder een remiseaanbod, maar wilde verder spelen, misschien omdat zijn tegenstander veel minder tijd had. Het werd uiteindelijk lastig met een pion minder, maar het hielp niet dat hij de laatste stukken, de loper en de dame, afruilde, waarna het een verloren pionnen eindspel was. Niet viel later viel dan ook het doek voor Albert.

Allex is dan nog eens te bekijken op het wedstrijdformulier:

Geen opmerkingen:

Een reactie posten