zaterdag 23 mei 2026

HHC ronde 34

Deze ronde stond in het teken van het aantrekken van de diverse kampioenskansen. Ook was de opkomst weer eens oneven. Fred van Wieringen werd aangewezen om die positie te vervullen. Hij koos er voor om naar huis te gaan, misschien om daar te gaan genieten van de wedstrijd van zijn geliefde 020 voetbalclub!?!

De eerste partij in beeld was die tussen de op dat moment nummers één en twee van de ranglijst, Ernst Jan Pluim Mentz en Julian Krabbendam. Volgens de later opgevangen commentaren zou Julian goed partij hebben gegeven tot een bepaald moment in de partij. Toen zou hij gezwicht zijn voor het precieze spel van zijn tegenstander en - na lang overwegen van zijn mogelijkheden - de partij hebben opgegeven. Daarmee heeft Ernst Jan de eerste plek nog steviger in handen gekregen.

Een al vaak voorgekomen partij is die tussen Jan van Huizen en Jan van Dam. Ook nu was het weer een kwestie van "van dik hout zaagt men planken" en er kwam pas bijna in de kleine uurtjes een resultaat uit de bus. Jan van Dam had de koning van zijn tegenstander een beetje vastgezet op de onderste rij met behulp van twee lopers en een toren en uiteraard materiaal van Jan van Huizen. Die leek veel hoop de hebben gezet op zijn vrijpion op de d-lijn, die hij had doorgeschoven tot de zesde rij. Hij wist op zeker moment ruimte te scheppen voor zijn koning door het opspelen van zijn g-pion. Maar dat bleek achteraf toch onvoldoende. Hoe dat allemaal is gegaan is aan de aandacht ontsnapt maar de witte koning is zo'n beetje naar de andere kant van het bord gejaagd en daar in een soort stikmat beland. Hiermee is Jan van Dam opgeklommen naar plek twee, achter Ernst Jan dus. Maar het gat is nu wel bijna 50 punten groot dus is de clubkampioen zo goed als bekend.

Hierna de beurt aan Thomas Ammerlaan tegen Albert Bijzitter, warbij eerstgenoemde commentaar heeft geleverd: Het is al weer even geleden, dat ik iets anders dan e4 met wit had gespeeld en dus besloot ik om te openen met Pc3 en voor wit werd het een partij met vrijwel alleen stukzetten, na 27 zetten had ik er maar 5 met een pion gemaakt. Twee van deze zetten wonnen voor mij een pion. De eerste was dan op zet 12:

Na e5 verliest zwart ofwel c6 of d4. Na een tijdje nadenken besloot Albert zijn pionnenstructuur weer goed te krijgen met Pd5 Pxb6 cxb6 Dxd4, waarna wit vrij comfortabel een pion vóór staat. Zet 17 won voor mij de tweede pion:
Het advies is altijd om f3/f6 zoveel mogelijk te vermijden en hier is dat geen uitzondering. h6 zou zwart nog in het spel houden, maar na f6 exf6 Pxf6 Dd6 verliest zwart de c6-pion. Dxd6 Txd6 Ld5 Lxf6 Txf6 volgde, waarna ik een mooi kwaliteitsoffer had met Txd5, vanwege de toren op a8, maar ik speelde Lxd5+. Het toreneindspel was kort geleefd, want Albert gaf mij snel de optie om beide torens af te ruilen. Ik besloot er nog een leuke race van te maken:
Het makkelijkste is om g4 te spelen, maar Kg4 is ook gewonnen en het gaf een stuk meer promoties. Ik promoveerde twee pionnen op h8 en Albert een pion op a1. Daarna werd doorgespeeld totdat ik mat kon zetten op d2 met koning en dame.

Hierop volgt dan Martijn van Dam tegen Reinier van der Wende en daar is helaas niets van gezien om er terzake kundig commentaar op te geven. Wel kan gezegd worden dat Martijn de partij heeft gewonnen.

Dan Maurits Leentvaar tegen Bonne Faber. Dat leek voor Bonne op voorhand een brug te ver. Maar hij kwam op een gegeven moment zelfs iets beter te staan, getuige bijgaand diagram:

De laatste zet van Maurits was hier Pb5 geweest en Bonne oordeelde tenslotte dat afruil het beste antwoord zou zijn. Maar er zijn een aantal betere zetten waarvan a6 en Pd5 de besten zijn. Maar Bonne was bang voor Pa7, niet verder kijkend dan die mogelijkheid. Daarbij overziend dat het paard na Pa7 geen velden meer heeft: ...;a6 - Pa7;Ta8 - c3;Pf5 - Txa7, met dus stukwinst. Zo ging de partij een poosje verder totdat Maurits een zet deed waar hij later wel spijt van had:
Hij had hier g4 gespeeld en kwam daardoor slechter te staan. Hier wist Bonne redelijk gebruik van te maken totdat hij de a-lijn open maakte met het spelen van a6. Daar ging Maurits gebruik van maken door grote druk op die a-lijn te zetten met beide torens, als te zien op bijgaand diagram:
Hier dacht Bonne misbruik van de situatie te kunnen maken door slaan op c4. Maar er was een betere zet, die ook een pion zou winnen: ...;Dxb2 - Tda1;fxg5 - Dxg5;T8d6 - Txa6;Db7+ met in eerste instantie torenwinst. Ook Txc4 was wel een goede zet. Nu echter kwam de aanval van Maurits lange de a-lijn met in eerste instantie de verdubbeling van zijn torens en dan gevaar voor verlies van materiaal voor Bonne. Weer een belangrijk punt is te zien op het volgende diagram:
Maurits had zijn dame in eerste instantie gegeven voor de voorste toren van Bonne, die nu geen andere mogelijkheid zag dan de dame te geven voor een toren. Maar er was nog een betere mogelijkheid met het tussenplaatsen van de toren. Dan zou er ...;Td7 - Txb7;Txb7 - gxf6;gxf6 - Ta2;Ke6 kunnen volgen met op termijn pogingen tot het laten promoveren van een zwarte pion. Nu echter kwam het tot de
volgende stelling na de zet Kg3-g2 van wit en hier bood Maurits remise. Bonne had eigenlijk al een poosje met die gedachte gespeeld en met de kennis van zijn eigen eindspelkennis accepteerde hij dit aanbod. Martijn had al een poosje naar het spel staan kijken en gaf aan dat er nog wel winstkansen vooe Bonne waren: ...;e4 - Tc6;Kg5 - Tc7;h6 - Tg7+;Kh5 - Tf7;Kg6 - Ta7 en het zou wel lang duren voor het voordeel van de extra pion te gelde gebracht zou worden. Maar de mogelijkheid was toch wel aanwezig. Zoiets kun je een plusremise voor zwart noemen.
Het regende eventjes remises in dit deel van de indeling want ook Jaap Santifort en Peter Leentvaar kwamen tot deze conclusie, hoewel Jaap redelijk achter stond in tijd. Het gevecht om de "titel" remise-koning tussen Bonne en Peter duurt zo nog even voort.
Nog een remise kwam er tussen Sheila de Jonge en Leo Stelloo. Sheila had op zeker moment een stuk gewonnen en rekende zich misschien al rijk. Maar Leo toonde zich weer slim in het eindspel en verkoos de mogelijkheid tot herhaling van zetten die de stelling hem bood.
Hans Maagdenberg was niet bij de les tegen Dennis de Graaf en verloor dus de partij.

Er waren er meer die niet bij de les waren. Michael Smalheer toonde aan dat Jacques Kokshoorn toch nog steeds niet uit zijn dip terug is. Hij verloor al zijn twaalfde partij dit seizoen en komt nog net boven de 1000 punten grens.

Ook Frits van der Veeke verloor zijn partij, nu van Bart Rietdijk.

Alles valt weer te bekijken op de nieuwe ranglijst.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten