zondag 1 maart 2026

RSB: De Pionier 3-Onésimus 4

Het zou een moeilijke avond worden voor de Pioniers. Niet zozeer direct wat de uitslag betreft (het eerste team won trouwens keurig - zie het leuke verslag door Jaap -) maar meer door de aanloop er naar toe. Men werd door afmeldingen wegens ziekte geteisterd maar gelukkig op het laatste moment kwam daar nog een bevrijding in. Fred van Wieringen was wedstrijdleider en doet verslag van wat hij zag.

Donderdag had het derde team van De Pionier kans om punten te halen. Het nog puntloze team van teamleider Michael Smalheer kreeg bezoek van Onésimus 4 die al vier punten hadden. De bezoekers waren vroeg aanwezig en konden zien hoe de jeugd hun partijen speelden. Uiteindelijk was De Pionier 3 ook kompleet, wel met invaller Kees Breen. Om 20.10 uur vroeg wedstrijdleider Fred, na het doen van enkele mededelingen, de klokken te starten.

Aan bord 1 speelde de niet fitte Wilco Baartmans tegen Jacques Goud. De concentratie was er niet bij Wilco en hij verloor in het begin een loper tegen een pion. Jacques kon binnenkomen op de b-lijn en dwong Wilco tot een ruil die ervoor zou zorgen dat er een niet tegen te houden vrijpion zou komen. Wilco wachtte dit niet af en legde zijn koning om. Positief nieuws was er aan bord 6, waar Duncan Peltenburg een spannende partij speelde tegen Maurice van den Berg. Er stond een stelling op het bord waarbij beide dames en paarden tegelijkertijd stonden aangevallen. Duncan loste dit prima op. Na een schaak en afruil van de dames en stukken hield hij er twee pionnen aan over. Na de lange rokade stond zijn stelling sterk en Maurice zag geen mogelijkheden meer en gaf op. Dan onze invaller Kees Breen aan bord 4. Kees gaf aan niet in vorm te zijn maar dat hij zijn best ging doen. Zijn tegenstander, Ronald Pelsmaeker, heeft dit gemerkt. Kees zette druk op de stelling van Ronald wat een pion opleverde. Echt doordrukken lukte niet en Kees moest terug en verdedigen. Na herhaling van zetten werd er tot remise besloten. Waar het ook niet goed ging was aan bord 5. Daar speelde Albert Schaefer tegen Huig de Koning. Albert gaf later aan dat hij in het in de opening niet goed had gedaan, hij verloor daar een paard. Later in de partij liet Albert nog een loper instaan, die Huig uiteraard pakte. Er werd nog doorgespeeld maar Albert moest toch opgeven. Leo Stelloo had op papier de tegenstander met de hoogste rating. Maar dat wist Leo tijdens de partij niet. Dominique Taapken liet dat dan ook tijdens de wedstrijd zien. Het duurde lang maar Leo werd vakkundig in de verdediging geduwd en verloor hierdoor materiaal. Hij moest zijn meerdere erkennen en feliciteerde Dominique.

Aan bord 3 speelde Bonne Faber een naar eigen gevoel heel moeilijke partij maar later, na het naspelen, bleek dat toch anders te zijn. Eén van de momenten waarin dat naar voren kwam was te zien na slechts

een tiental zetten in deze positie. Wit had zojuist e4 gespeeld en nu dacht Bonne de e-pion af te moeten stoppen met e6-e5. Maar zetten als Lb7 of Pd7 waren sterker geweest. Ondanks dat dit niet zijn idee was geweest kwam de loper nu toch beter in het spel. Een tweede inschattingsfout kwam er na ...;e5 - Lg5;Pe8 - Le3;Pc7 - Pe1;Ld7 - f4 omdat afruil op f4 beter zou zijn geweest dan het gespeelde Dc8, waarna het zwarte spel wegens f5 in een moeilijker plooi kwam te liggen. Als er in plaats hiervan exf4 zou zijn gespeeld dan had het zwarte koningspaard via e6 een mooi plekje kunnen veroveren op d4. Nu wist Bonne niet beter te vinden dan de dame weer terug te spelen en zodoende een tempo te verliezen. Er kwam weer een mooi moment voor zwart in de volgende stelling:
Hier speelde wit g4, waar iets als Pd5 sterker zou zijn geweest. Nu speelde Bonne, een beetje met de bedoeling van het vervelende paard verlost te zijn, Pxf3+. Beter zou Lf6 zijn geweest. Dan de volgende stelling, waarbij Bonne het gevoel kreeg meer grip op de positie te krijgen:
De laatste zet van wit was Tg3 geweest, waarschijnlijk om de druk op de zwarte koningspositie te verhogen. Nu speelde Bonne één van zijn betere zetten in deze partij: b6-b5. De bedoeling hiervan was om spel te krijgen via de damevleugel. Maar nu overzag Bonne in de volgende stelling het schaak op
c4, hij speelde Db6, om meer druk te krijgen op pion b2. Maar het volgende Dc4+ was eigenlijk meer een schrikmoment dan een echte verslechtering. Wit speelde inderdaad Dc4+ maar had sterker de druk op de zwarte koningsstelling verhoogd met g5. Maar die zet kwam er wel en Bonne wist niet beter te vinden dan via Db4 dameruil aan te bieden. Hierna echter was hij zijn voordeel kwijt, te zien op het
volgende diagram. Wit had nu zijn voordeel uit kunnen bouwen met De6 maar speelde Dxb4 waarna Bonne het voordeel eigenlijk weer terugkreeg. Hierna gaf wit in de volgende positie toch weer wat
voordeel weg door op d3 te ruilen, waar Th3 iets beter zou zijn geweest. Nu beide lopers van het bord gingen verdwijnen was er voor Bonne de gelegenheid om op pionnenjacht te gaan, wat hij dan ook deed. Maar wit kwam nog met een fraaie omtrekkende beweging met zijn toren door in drie zetten aan de andere kant van het bord te komen. Nu had Bonne in de volgende stelling de genadeklap kunnen
geven door Ke8 te spelen maar door een mengeling van (misschien) vermoeidheid en stress door het idee steeds in verdrukking te hebben gestaan zag hij deze voortzetting niet en speelde het iets minder goede Td7 om zodoende toch een gaatje voor de koning te krijgen. Het had nog steeds winst op kunnen
leveren als hij zijn toren van de zevende lijn naar a, b of c7 had gespeeld. Hoewel, dan had het meer denkwerk gekost om die winst te vinden. Maar de verdediging in dit geval was ook moeilijk geweest voor wit, hij had nog slechts één minuut bedenktijd ter beschikking. Het had als volgt kunnen verlopen: ...;Tb7 - Kg5;Tg6+ - Kh5;Txf6 - Txh7;Kg8 - Txf6;Txh7+ - Kg6;Td7 enz. Misschien een kolfje naar de hand van de ons helaas ontvallen Jan Timman. Ook dit zag Bonne niet, hij speelde Ke6?, daarmee de remise door herhaling van zetten inluidend.
Op dat moment was de stand al 2-4 geworden in het nadeel van het Pionierteam, dus zouden de laatste twee partijen beide gewonnen moeten worden om nog een resultaat te kunnen boeken. Maar het ging al snel mis, zoals ook Fred zag: Teamleider Michael Smalheer moest het aan bord 8 opnemen tegen Bart van der Wolff. Dit werd een interessante partij. Beiden dachten lang na over hun zetten en op de koningsvleugel werd gestreden om elk veld. Toen Michael de f-lijn opende was het direct uit. Michael had niet gezien dat Bart hierdoor materiaal kon winnen. Michael probeerde nog een oplossing te zoeken maar gaf uiteindelijk op. Als laatste speelde Dennis de Graaf tegen Toby Vogel aan bord 7. Toby was iets te sterk voor Dennis en hij wist twee pionnen te veroveren. Dennis probeerde nog een aanval op te zetten, maar Toby kon dat verdedigen en speelde goed met het materiaaloverwicht dat ervoor zorgde dat Dennis op gaf.

Hierna dan weer een wedstrijdformulier:

Geen opmerkingen:

Een reactie posten