Eerst laten we dan Fred van Wieringen aan het woord: In de bovenste regionen speelden Jan van Dam en Jan van Huizen tegen elkaar. Dat zijn altijd leuke partijen om te zien. Ook nu weer. Jan van Dam kreeg op de damevleugel een vrijpion. Beide spelers hadden nog een dame en twee torens. De pion werd aangevallen en verdedigt. Tijdens het verdedigen plaatste Jan van Dam beide torens op de d-lijn en dreigde met mat. Jan van Huizen moest zijn pionnen op de g- en h-lijn opschuiven om een opening te creëren. Maar dat hielp niet. Jan van Dam wist goed gebruik te maken van de open lijnen, zodat Jan van Huizen, na enig nadenken, opgaf omdat schaakmat niet te dekken was.
Dan het woord aan Thomas Ammerlaan die een moeilijke avond leek te krijgen tegen Ernst Jan Pluim Mentz: De opening begon vrij rustig, maar het werd al gauw een vrij complexe stelling. Zwart had een dubbele b-pion en de open a-lijn terwijl wit mocht genieten van het loperpaar. Uiteindelijk kreeg ik een sterk paard op d6, maar het werd telkens de vraag wat het daar kon doen. Het antwoord was uiteindelijk "niet veel" en ik ruilde het voor het paard op c8. Dit bleek niet heel nauwkeurig en al snel maakte ik een aantal fouten waardoor Ernst Jan het spel overnam:
Dan weer naar Fred: Albert Bijzitter is weer in vorm en dat merkte Martijn van Dam. Al werkte Martijn (met wit) wel erg mee. Na een aantal mindere zetten was het snel gedaan. De winst was er voor Albert na 17 zetten.
Dan een partij, die eigenlijk wel zo'n 100 jaar geleden in een koffiehuis gespeeld had kunnen zijn of in diezelfde tijd tussen Billy the Kid en Sitting Bull! Echte wild-west dus, tussen Bonne Faber en Amine Mahjoubi. Al heel snel in de partij bleek het fout te kunnen gaan voor Bonne:
In deze positie was naar zijn idee de korte tokade een goede zet, die hij dan ook speelde. Maat zwart had nu goed spel kunnen krijgen met Dd4. Gelukkig voor Bonne zag Amine dit niet, hij speelde Ld6, waarschijnlijk om dat voor hem vervelende paard te verjagen. Hier reageerde Bonne op met het dekken van het paard met d4. Nu had Amine die pion en passant kunnen slaan en daar had Bonne het beste op kunnen reageren met Dh5. Maar tijdens een partij mag je natuurlijk geen externe hulpmiddelen gebruiken, wel tijdens analyse achteraf. Datzelfde geld natuurlijk voor Amine. Hij had nu het beste Dh4 kunnen spelen, hij speelde echter f6, daarmee zijn koning een beetje in zijn blootje zettend. Het beste antwoord zou nu - Lxh6;fxe5 - dxe5;Lc5 - Dxd8+;Kxd8 - Td1+;Ld7 - Lxg7 zijn geweest maar Bonne speelde Dh5+ waarop het gespeelde g6 het beste antwoord ook is. Bonne speelde nu het logische Dxh6 maar het later door Reinier van der Wende aangegeven - Pxg6;hxg6 - Dxg6 is zelfs nog sterker. Een aantal zetten later kwm de volgende stelling op het bord:
Reinier had de "noodkreet" van een poosje geleden goed begrepen, hij leverde tenminste zijn notatie van zijn partij tegen Leo Stelloo in. Zodoende beter commentaar op die partij. Daarin gaf Leo al heel snel een pion cadeau omdat hij voor zichzelf te veel hinder ondervond van de "Spaanse loper" van Reinier. Hij had eerst "gewoon" Pf6 moeten spelen, zoals eigenlijk te doen gebruikelijk is in deze opening. Het enige dat hij terugkreeg was een dubbele b-pion voor Reinier. Maar die zal dat niet zo erg hebben gevonden. Nu het al te laat was speelde Leo alsnog Pf6. De volgende minder goede zet kwam
Kees Breen en Frits van der Veeke gingen in de lagere regionen van het geheel de strijd met elkaar aan. Als één van beiden zou winnen dan was een plekje in de middenmoot van de ranglijst de belonimg. En daar wist Kees van te profiteren, hij was Frits in deze partij de baas.
De partij tussen Ellen Akershoek en Dennis de Graaf werd een lange zit. Ellen kon Dennis lang partij geven, maar toen ze een toren verloor wist Dennis de partij vakkundig af te maken door nog meer materiaal te winnen.
Dit breng ons weer bij een nieuwe tussenstand.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten