zondag 8 maart 2026

HHC ronde 24

Een relatief rustige avond, voor het externe geweld voluit los gaat barsten. Ook vonden er weer wijzigingen plaats in de top tien. Enkelen kwamen er binnen terwijl anderen dan weer plaatrs voor hen maakten. Enkele heel snelle partijen en anderen duurden tot bijna in de kleine uurtjes.

Eerst laten we dan Fred van Wieringen aan het woord: In de bovenste regionen speelden Jan van Dam en Jan van Huizen tegen elkaar. Dat zijn altijd leuke partijen om te zien. Ook nu weer. Jan van Dam kreeg op de damevleugel een vrijpion. Beide spelers hadden nog een dame en twee torens. De pion werd aangevallen en verdedigt. Tijdens het verdedigen plaatste Jan van Dam beide torens op de d-lijn en dreigde met mat. Jan van Huizen moest zijn pionnen op de g- en h-lijn opschuiven om een opening te creëren. Maar dat hielp niet. Jan van Dam wist goed gebruik te maken van de open lijnen, zodat Jan van Huizen, na enig nadenken, opgaf omdat schaakmat niet te dekken was.

Dan het woord aan Thomas Ammerlaan die een moeilijke avond leek te krijgen tegen Ernst Jan Pluim Mentz: De opening begon vrij rustig, maar het werd al gauw een vrij complexe stelling. Zwart had een dubbele b-pion en de open a-lijn terwijl wit mocht genieten van het loperpaar. Uiteindelijk kreeg ik een sterk paard op d6, maar het werd telkens de vraag wat het daar kon doen. Het antwoord was uiteindelijk "niet veel" en ik ruilde het voor het paard op c8. Dit bleek niet heel nauwkeurig en al snel maakte ik een aantal fouten waardoor Ernst Jan het spel overnam:

Ik ruilde op a3 en speelde erg passief daarna met Tc1 en hoopte voor het beste. Ernst Jan speelde Ld7 waardoor ik de kans kreeg om e6 te spelen om wat tegenspel te creëren. Ik kreeg zelfs de kans om een redelijk gelijke positie te krijgen:
Ik speelde gehaast Ke2? (ik had nog maar een minuut of 8 op de klok) en daarna pas Lh6. Had ik eerst Lh6 gespeeld dan was het een heel ander verhaal geweest, sinds ik dan op tijd was met Lg7 en f5 moet worden gespeeld. Ke2 eerst gaf Ernst Jan genoeg tijd op Kb5 te spelen, waarna Lh6 te langzaam was, onder andere vanwege Kc4, zodat Tb6 een optie is en een blokkade met de loper niet mogelijk is. Dit gebeurde dan ook en uiteindelijk werd ik gedreven naar de h-lijn en kwam volledig vast te staan:
Niet veel later stopte ik met noteren, sinds ik ondertussen minder dan een minuut had, maar veel meer valt er niet meer te vertellen. Zwart won uiteindelijk de loper liet de d-pion lopen en na nog een poging tot pat werd ik mat gezet door een gepromoveerde toren op h1.

Dan weer naar Fred: Albert Bijzitter is weer in vorm en dat merkte Martijn van Dam. Al werkte Martijn (met wit) wel erg mee. Na een aantal mindere zetten was het snel gedaan. De winst was er voor Albert na 17 zetten.

Dan een partij, die eigenlijk wel zo'n 100 jaar geleden in een koffiehuis gespeeld had kunnen zijn of in diezelfde tijd tussen Billy the Kid en Sitting Bull! Echte wild-west dus, tussen Bonne Faber en Amine Mahjoubi. Al heel snel in de partij bleek het fout te kunnen gaan voor Bonne:

In deze positie was naar zijn idee  de korte tokade een goede zet, die hij dan ook speelde. Maat zwart had nu goed spel kunnen krijgen met Dd4. Gelukkig voor Bonne zag Amine dit niet, hij speelde Ld6, waarschijnlijk om dat voor hem vervelende paard te verjagen. Hier reageerde Bonne op met het dekken van het paard met d4. Nu had Amine die pion en passant kunnen slaan en daar had Bonne het beste op kunnen reageren met Dh5. Maar tijdens een partij mag je natuurlijk geen externe hulpmiddelen gebruiken, wel tijdens analyse achteraf. Datzelfde geld natuurlijk voor Amine. Hij had nu het beste Dh4 kunnen spelen, hij speelde echter f6, daarmee zijn koning een beetje in zijn blootje zettend. Het beste antwoord zou nu - Lxh6;fxe5 - dxe5;Lc5 - Dxd8+;Kxd8 - Td1+;Ld7 - Lxg7 zijn geweest maar Bonne speelde Dh5+ waarop het gespeelde g6 het beste antwoord ook is. Bonne speelde nu het logische Dxh6 maar het later door Reinier van der Wende aangegeven - Pxg6;hxg6 - Dxg6 is zelfs nog sterker. Een aantal zetten later kwm de volgende stelling op het bord:

Amine had zojuist Dh4 gespeeld en Bonne was nu op zoek naar een sterke zet en vond die in e6! Het sterkste antwoord daarop is Lxe6 of 0-0-0, Amine koos echter voor Pb6. Dat gaf hem eigenlijk weinig soelaas, de loper mocht toch niet worden geslagen wegens dan mat op d7. Nu zou Pd5 het sterkst voor wit zijn geweest, Bonne koos echter voor pionnenroof met Dxc7, waarna het mat op d7 nog steeds van kracht blijft. Nu volgden Tc8 en Dxb7, hoewel Bonne mat in twee middels - Lb5+;Pd7 - Dxd7# niet zag. Amine wilde zijn aanval versterken door het paard op e3 te slaan (zie diagram), nu zag Bonne het
echter wel en speelde - Lb5+;Kd8 - Td1+ en is het mat in twee of in één. Maar Amine gaf meteen op.

Reinier had de "noodkreet" van een poosje geleden goed begrepen, hij leverde tenminste zijn notatie van zijn partij tegen Leo Stelloo in. Zodoende beter commentaar op die partij. Daarin gaf Leo al heel snel een pion cadeau omdat hij voor zichzelf te veel hinder ondervond van de "Spaanse loper" van Reinier. Hij had eerst "gewoon" Pf6 moeten spelen, zoals eigenlijk te doen gebruikelijk is in deze opening. Het enige dat hij terugkreeg was een dubbele b-pion voor Reinier. Maar die zal dat niet zo erg hebben gevonden. Nu het al te laat was speelde Leo alsnog Pf6. De volgende minder goede zet kwam

zo'n tien zetten later bij het volgende digram. Reinier had zojuist Lf4 gespeeld en Leo verzwakte nu zijn koningsstelling door f6 te spelen. Voor een commentator is het dan een grote vraag wat de achtergrond van de zet is. Je zou bijna denken dat er een misverstand in zijn brein kwam en hij eigenlijk Lf6 had willen spelen. Een paar zetten later (...;f6 - Pd4;Tf7 - Pf5 waren gespeeld) opnieuw een minder goede zet met Dc7 (waar Pf8 of Pe5 bater waren geweest) en Reinier komt opzetten met - d4;c5 - dxc5;Pxc5 en voor de veiligheid nu f3, waar - Pxe7+;Dxe7 - Lxd6;Td8 - Lxe7;Txd1 - Txd1;Txe7 sterker is. Heel wat zetten later (er is inmiddels het nodige materiaal geruild) ontstaat het volgende toreneindspel:
Zwart is hier aan zet en hij speelt Tg8 om te proberen de witte koning in een soort matnet te jagen. Beter en veiliger is ...;h5 - Ta8;Txa8 - Txa8;Tc5 want één stels torens ruilen ziet er beter uit voor het vervolg. Leo had nog de h-pion op kunnen peuzelen maar hij blijft bij zijn plan en gaat even later, in de volgende
stelling door de vlag. Het zou mooi zijn als die voorbeeld van Reinier ook door anderen wordt nagevolgt!

Dan verder met Fred: Peter Derrez trof Fred, die de laatste partijen niet wist te winnen. De partij begon in een gelijke stelling en eindigde in een gelijke stelling. Beide spelers konden geen voordeel vinden en besloten tot remise.

Ook Ad van der Ree was weer van de partij. Jacques Kokshoorn was zijn tegenstander. In het begin ging het gelijk op, maar gaandeweg wist Ad twee pionnen te veroveren. Ad had ook een dubbelpion. Jacques probeerde stand te houden, maar Ad forceerde afruil van de torens en wist met de meerderheid van de pionnen de winst naar zich toe te trekken.

Kees Breen en Frits van der Veeke gingen in de lagere regionen van het geheel de strijd met elkaar aan. Als één van beiden zou winnen dan was een plekje in de middenmoot van de ranglijst de belonimg. En daar wist Kees van te profiteren, hij was Frits in deze partij de baas.

De partij tussen Ellen Akershoek en Dennis de Graaf werd een lange zit. Ellen kon Dennis lang partij geven, maar toen ze een toren verloor wist Dennis de partij vakkundig af te maken door nog meer materiaal te winnen.

Dit breng ons weer bij een nieuwe tussenstand.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten