maandag 16 maart 2026

HHC ronde 25

De laatste partijen voor de kwartfinale van de interne bekercompetitie konden nog niet worden gespeeld wegens afwezigheid van Ernst Jan Pluim Mentz. Daarnaast dan ook aandacht voor het tweede team, dat een belangrijke wedstrijd speelde.

Bij afwezigheid - o.a.- wegens het spelen voor het tweede team was nu de belangrijkste partij in deze competitie de strijd tussen Jan van Dam en Bonne Faber. Dat begon al slecht voor Bonne, door in eerste instantie blijkbaar afwezigheid van concentratie, speelde hij al meteen bij de tweede zet - een op zich prima vervolg maar niet behorend tot zijn repertoire met zwart - de voor hem verkeerde pion op. Dat had tot gevolg dat hij - ondanks een serie van relatief goede zetten - op een gegeven moment wat tempi ging verliezen wegens aanvallen op zijn dame. Hierdoor ontstond de volgende stelling:

In deze stelling had hij toch goed Dxg2 kunnen spelen. Hij was echter bang voor de lange rokade en dan witte druk langs de g-lijn. Maar het had wel gespeeld kunnen worden: ...;Dxg2!? - 0-0-0;Pc6 - Pdb5; Pa5 - Pc7+;Kf8 - Kc2;Kf8 - Thg1;Dh3 en zwart lijkt een speelbare positie te hebben gekregen voor die pionwinst. Maar Bonne durfde het dus niet aan en speelde Dh5, om de lange rochade uit de stelling te halen. Toch ging het voor hem van kwaad tot erger en werd de volgende stelling bereikt:

Bonne had zojuist zijn dame naar f6 gespeeld, hopend op dameruil en daarmee nog enig spel te krijgen. Maar Jan ging daar uiteraard niet op in en speelde - Dc5+;Kd7 - Da7+;Pc7 en maakte het met - Tad1+; Kc6 - Tc1+;Kb5 - Dxc7 af. Nog weer een onzorgvuldigheid van Bonne, hij dacht op f3 te hebben kunnen slaan maar zag eerst niet dat die pion gedekt stond. Daarom gaf hij nu op.

Een belangrijke partij hierna was die tussen Jan van Huizen en Martijn van Dam. Omdat Fred van Wieringen in het RSB-team speelde zijn er ditmaal geen analyses van zijn hand dus meestal heel summier commentaar. Nadat hier het nodige materiaal van het bord was verdwenen bleven er aan beide kanten een toren en een paard en enkele pionnen over. Beide spelers hadden een gevaarlijke vrijpion gekregen, op de h-lijn voor Jan en op de a-lijn voor Martijn. Daar zou de partij tenslotte op beëindigd gaan worden. Jan bleek sneller te kunnen zijn dan Martijn en toen hij de voorlaatste rij had bereikt en Martijn nog lang niet gaf Martijn op, de bedenktijd was zo goed als helemaal opgeraakt voor hem. Jan had nog iets meer dan twee minuten.

Thomas Ammerlaan was wedstrijdleider maar omdat er een oneven aantal spelers was had hij aangegeven wel tegen De Pionier te willen spelen. M.a.w., hij ging achter een bord zitten wachten tot iemand van de aanwezige Pioniers een zet zou komen doen. Zelf doet hij verslag van deze partij: Misschien wel de raarste partij die ik heb gespeeld dit seizoen, wat niet zo gek is na 1.g4. Ik kwam snel gewonnen te staan, maar ik speelde het compleet verkeerd:

Wit wint hier na 9.d6 cxd6 10.Pe4 Le6 (niet dxe5, Pd6 zou mat zijn!) 11. Db5+ Dd7 12.Pxd6+ Kd8 13. Pxf7+ Lxf7 14. Lxa8, waarna wit een kwaliteit en 2 pionnen voor staat. Ik speelde 9.Pe4 en dat gaf zwart de kans om zichzelf te verdedigen met f6. Een reeks aan slechte zetten van mijn kant zorgde er snel voor dat ik nu verloren stond. Met wat juiste offers kon het al snel klaar zijn, maar ik kon het nog proberen om eeuwig schaak te krijgen:
Txa6 was mijn laatste poging. In principe wint alles hier voor zwart, zelfs Kxa6, want na Dxc6+ kun je Ka5 spelen, maar dat moet je maar durven! Ld5 werd gespeeld en na Tb6+ Ka7 Df4 had Te7 gespeeld moeten worden. De7?? bracht mij weer terug in het spel met Db4!, waarna het een wonder is dat zwart niet mat gaat, maar na Ka8 is het een remise. Lc4+ werd eerst gespeeld, wat een blunder is na d3! Lxd3+ Kf2, waarna mijn dame het h4 veld ziet, Ka8. Ik kon dan de dame winnen na Da3+ Da7 Ta6, maar ik dacht slim te zijn met Ld2 en zag Td7 over het hoofd. De positie was toen blijkbaar weer gelijk volgens de computer, maar een laatste blunder van zwart gaf mij de winst:

Een remise was hier bijvoorbeeld Le4 Ta6 Kb7 Tb6+ Kc7, etc. maar Td8 is verloren na Df4+, waarna ik de dame won, en niet veel later ook de loper, waarna opgegeven werd.

Dan een aantal partijen waar maar weinig van werd gezien. Zo wist Leo Stelloo het bestaande verschil in sterkte tussen hem en Kees Breen in de partij tot uitdrukking te brengen. Leo mocht dus weer een winstpartij aan zijn conto bij laten schrijven.

Het werd echt een witte avond. De enige partij met winst voor een zwartspeler kwam op naam van Wim Noordermeer. Wim wist - ondanks enkele wekens afwezigheid wegens ziekte - van Jacques Kokshoorn te winnen. Jacques is blijkbaar flink uit vorm.

Dan Jaap Santifort, die een lage plek op de ranglijst bezette en zodoende Hans Maagdenberg tegenover zich kreeg. Eie partij zou Jaap eigenlijk met twee vingers in de neus moeten kunnen winnen maar Hans besliste daar anders over. Niet zozeer door eem resultaat te boeken maar meer door flink tegenstand te bieden. Hij werd op de koningsvleugel onder druk gezet met h2-h4 maar wist, ondanks dat, toch lang stand te houden. Tenslotte bleek het krachtsverschil toch dermate aanwezig dat Jaap zijn aanval in winst om wist te zetten.

Dan de beide nieuwelingen. Althans, de spelers, die het laatste lid zijn geworden van de club. Joran van Zessen wist Michael Smalheer op een goede manier in het zand te laten bijten terwijl Bart Rietdijk dat ook deed met Fritrs van der Veeke. Frits wilde na afloop van de partij wraak nemen op een Rietdijk en deed dat via enkele partijtjes tegen de zoon van Bart, die nog vaag zichtbaar is op de bijgeleverde foto.

Dit alles brengt weer een nieuwe tussenstand.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten