vrijdag 27 maart 2026

RSB: De Pionier 1-Maassluis 1

Donderdag 26 maart kwamen de spelers van het 1e team van Maassluis op bezoek. Dat is een tegenstander die ons niet zo goed ligt. Vaak verliezen we van ze, terwijl we op papier beter zijn. Maar ja, wat is papier in deze digitale tijd? We hadden ervoor gekozen om in de sterkst mogelijke opstelling te spelen. Gelukkig konden we Thijs weer opstellen aan bord 1. Thijs heeft niet altijd tijd om te schaken vanwege zijn studie in Antwerpen, maar de belangen waren zo groot dat hij echt noodzakelijk was!

De wedstrijd begon iets later omdat Thijs nog onderweg was vanuit Antwerpen, maar gelukkig was hij redelijk op tijd binnen. Toen we de opstelling van de tegenstanders zagen, wisten we dat we flink aan de bak moesten. Ook Maassluis was met zijn sterkste opstelling gekomen. Beide teams speelden redelijk op volgorde van rating. Bij het invullen van het notatieformulier bleek de tegenstander van Martijn een Frans-Grieks-Nederlandse naam te hebben: Jean Paul Sgrx. Maar je schrijft het dan weer op z’n Nederlands als Schriks. Volgt u het nog? Maar goed, de handen werden geschud en de klokken werden aangezet. De wedstrijd was begonnen!

Nou vergeet ik bijna te vertellen dat onze bord 3-speler Thomas jarig was! Bij de koffietafel stond koek voor iedereen, een leuk gebaar! Dus lekker een gevulde koek bij de koffie tijdens de eerste zetten. Dat is genieten voor een schaker. Het zit in de kleine dingen bij deze sport. Net toen ik, Jaap, mijn tweede slok koffie nam om de koek weg te spoelen, bood mijn tegenstander remise aan… Het was op zet 11; beide spelers zaten nog redelijk in de theorie. “Je weet maar nooit,” zei de tegenstander erbij. Nou inderdaad, ik wist het ook even niet. Wat te doen?

Ik keek links naast me, waar Martijn bezig was met een aanval uit het 2e boekje van het stappenplan: een aanval met de witte stukken op f7 van zwart. Klaarblijkelijk had de tegenstander van Martijn dat boek niet gelezen, want hij blunderde een stuk in ruil voor vage aanvalskansen. Zie partij hieronder. 

De partij van Martijn

Toen ik dat zag, moest ik opnieuw nadenken over het remiseaanbod. De teamleider was in de kantine, dus die kon ik mooi even aanschieten voor overleg. Hij zei dat remise prima was, gezien de ontwikkeling aan bord 8. Dus ik terug naar mijn bord 7 om de tegenstander de hand te schudden ten teken van remise. Analyse had weinig zin, omdat er weinig te analyseren viel in deze partij.

“Elk nadeel heb z’n voordeel”, dus ik kon als verslaggever mijn tijd gebruiken om te zien hoe het aan de andere borden ging. Normaal red ik me met het beschrijven van de randzaken van het schaken. Vooraf had ik al nagedacht over onderwerpen zoals het weer. De maartse buien met hagel en onweer en kans op nachtvorst waren een laatste teken van koning Winter. Misschien had ik dat kunnen gebruiken.

Toen ik rondliep met mijn tweede koek, zag ik dat er aan de meeste borden flink gestreden werd. Een uitslag was moeilijk te voorspellen. De voorsprong van 1,5 - 0,5 heeft ruim een uur op het bord gestaan voordat er tekening in de strijd kwam. Aan bord 6 was Tim aan het knokken om overeind te blijven tijdens de aanval van de tegenstander. Uiteindelijk kostte dat Tim een pion. In het eindspel werd die (vrij)pion steeds belangrijker en Tim geloofde het wel. Hij gaf op en daarmee was de stand in evenwicht.

Aan bord 5 was teamleider Jan van Dam bezig met een moeizame partij. Hij stond minder, zowel qua materiaal als positie. De dame van de tegenstander kwam binnen in de stelling. Samen met een loper dreigde hij forse materiaalwinst. Jan kwam nog met een alles-of-niets-tegenaanval, maar dat duurde te lang voordat het dreigend werd. Toen de balans was opgemaakt, stond Jan een handvol pionnen achter in een slechte stelling. De tegenstander feliciteren was het beste in deze situatie. We stonden ineens achter op het scorebord.

De bovenste vier borden waren nog bezig: onze beste spelers tegen hun beste spelers. Een mooie clash! Aan bord 1 keek Thijs de hele avond tegen een remisestelling aan, maar hij bleef proberen om er meer uit te halen dan erin zat. Dat siert hem wel; daar kan ik nog iets van leren. Aan bord 2 was Ernst Jan bezig met een zeer ingewikkelde partij. Hoewel hij wit had, stond hij op het eerste gezicht lastig. Zwart stond “overwegend”: een actieve dame en een actieve loper hielden samen de witte stukken flink bezig. Wit kon daardoor niet meer rokeren. En toen kwam er nog een zwart paard bij—het werd listig!

Maar Ernst Jan bleef rustig en had een groot tijdvoordeel. De tegenstander kwam onder de vijf minuten en kon geen krachtige zetten meer vinden. Het initiatief ging naar Ernst Jan en de rollen werden omgedraaid. De witte dame, toren en paard gingen in de aanval. De tegenstander moest omschakelen van aanvallen naar verdedigen—mentaal altijd lastig. Net toen hij dacht te kunnen overleven, offerde Ernst Jan zijn toren. Hiermee kwam de vijandelijke koning in het open veld terecht, ideaal voor paard en dame. Met een mooie paardzet beëindigde Ernst Jan de partij. Het was mat. De stand was weer gelijk. 

De partij van Ernst Jan


Dat gezien hebbende besloot Thijs ook tot remise: 3-3, met nog twee partijen gaande.

Aan de borden 3 en 4 vochten Thomas en Jan van Huizen als leeuwen. Beiden hadden een klein voordeel, waarbij dat van Thomas—twee pluspionnen—voldoende was voor een stormloop op de stelling van de vijandelijke koning. Hoewel de tegenstander een vrijpion had, werd die nooit gevaarlijk. Thomas bouwde steeds voldoende dreiging op om de tegenstander bezig te houden. Mat op de achterlijn zat continu in de stelling. Op een gegeven moment ging de tegenstander door de vlag. Dat is toch iets minder erg dan schaakmat.

Jan was bezig met mooie, dwingende zetten waarbij de tegenstander moest reageren. Zelf aanvallen kon hij eenvoudig niet vanwege de druk. Jan ruilde op een mooie manier af naar een eindspel met een pion meer. Maar toen werd het lastig. De tegenstander kwam weer tot actieve zetten en zijn loper bleek sterker dan het paard van Jan. De pionnen stonden redelijk vast, zodat er alleen met koningsstukken werd gespeeld. In zo’n situatie mag er niet onbeperkt doorgespeeld worden: er geldt een 50-zettenregel. Dat houdt in dat als er 50 zetten lang geen pionzet of slagzet is gedaan, het automatisch remise wordt. Maar zover kwam het niet. Jan zag dat Thomas ondertussen gewonnen had en daarmee zou hij voldoende hebben aan remise voor de teamwinst. Hij accepteerde dan ook het remise aanbod van de tegenstander.

Hiermee staat het eerste team van De Pionier nu gedeeld eerste in de eerste klasse. Dat is boven verwachting, alhoewel het steeds normaler wordt om mee te draaien in de top van de eerste klasse. De Pionier wordt steeds beter dankzij de opkomst van de jeugd. Toen ik iedereen gedag had gezegd en bij de auto aankwam, bleek deze te zijn bevroren. Ik moest krabben. Koning Winter!

De uitslagen:

De nieuwe tussenstand
Door: Jaap Santifort

Geen opmerkingen:

Een reactie posten