De laatste RSB-wedstrijd van het seizoen is alweer aangekomen en wat is beter dan om het seizoen af te sluiten met een strijd om kampioenschap! Tot nu toe heeft De Pionier maar één puntje laten liggen, een 2-2 score tegen Erasmus en daarmee is een 2-2 score in de laatste ronde voldoende. Dit beloofde zeker geen makkelijk resultaat te worden, want de andere kansmaker, Krimpen a/d IJssel, bracht wat extra sterk geschut met zich mee. Het gevolg was vier borden waar alles op alles werd gezet om te winnen. Hier mag Thomas Ammerlaan weer verslag over schrijven.
De eerste partij, incidenteel mijn eigen partij, was uit de opening al zeer complex. Mijn tegenstander, Jan Sluiter, was duidelijk een stuk beter voorbereid dan ik en dus kwam hij al vrij snel meer dan een half uur voor in de tijd te staan. De stelling zelf was erg interessant, met veel motieven die je in een Marshallgambiet kunt vinden. Jan speelde op zet 13 iets te snel en haalde een volgorde door elkaar, waardoor ik niet één maar drie pionnen voor kwam te staan:
Ik had hier Ld6 (of Lf6) verwacht, waarna je met wit erg accuraat moet zijn met zetten als Lg5, maar 13. ... cxd5 werd meteen gespeeld, gevolgd door 14. Df3 (de reden waarom Ld6 eerst moet worden gespeeld) Ld6 15. Txd5 f5 16. gxf5. Het grappige is dat dit op hoog niveau al eerder is gespeeld, een partij in 1997. Daar werd Dd7 gespeeld, wat ook de beste zet is, en eindigde in remise. Zwart speelde Le8, wat mij genoeg initiatief gaf met 17. Lf4! Lc6:
Hier had ik erg veel moeite om te zien wat er precies allemaal gaande was. Lxd6 is hier gewonnen voor wit. Na Dxd6 wordt alles afgeruild en sta je twee pionnen voor, genoeg voor winst. De lastige zet is Dg4+, waarna je maar moet uitvogelen wat er gebeurd na Kh2 Dc1. Ik dacht slim te zijn met 18. De4, maar zwart heeft een remise met Db6, waarna je genoeg tegenspel hebt met Dxb2. Zelf keek ik alleen naar Te8, wat op het bord kwam. 19. Txd6 volgde, waarna de blunder kwam die het spel besloot. De beste zet is Lxe4, waarna je moet hopen als zwart dat het eindspel remise is, wat het geval is na 20. Txd8 Taxd8 21. dxe4 Txe4 (niet Td1, vanwege 22. Kg2 Txe4 23. Pd2!). In plaats daarvan ging zwart voor een mataanval, denk ik, met Dh4, maar hij zag 20. Dc4+ over het hoofd, waarna ik genoeg tijd heb met Kh8 21. Le3 Dxh3 22. Txc6 bxc6 23. Df4! (de enige zet die wint, want anders heeft zwart Txe3). Daarna moest ik nog een aantal zetten verdedigen, Tf8 24. Pd2 Txf5 25. Dg3 Dh5 26. Kg2 Tf6 27. Th1 Dd5+ 28. Pe4 Taf8, waarna het eindelijk mijn beurt was om aan te vallen. 29. Ld4 T8f7 30. Lxf6 gxf6 31. Db8+ Kg7 32. Th3 f5 33. Tg3+ Kh6 34. Df4+ Kh5 35. Dg5#:
Waarmee het eerste punt binnen was!
Ook de partij van Julian Krabbendam tegen Hans Ranft was al scherp uit de opening. Misschien iets te scherp voor Julian, want hij kwam aardig in de problemen na een mooi plan van zwart met b6 en La6, waardoor Julian Lf1 moest:
Deze positie ziet er best lelijk uit voor wit en na Lxf1 18. Kxf1 kon zwart ook veel beter staan met Dh3+. Iets te principieel werd Pd7 gespeeld, 19. c4 c6, waarna wit weer prima staat. Zwart kwam daar misschien iets te laat achter en zette te gehaast een aanval op, 20. Kg2 h5 21. De2 Pf6 22. cxd5 cxd5. De laatste zet was degene die winst gaf voor wit, hoewel dat niet direct duidelijk is. Dxd5 was veel beter, want nu nam Julian de c lijn volledig over, wat Hans al snel duur kwam te staan, 23. Tc7 g6:
Nu ziet het er niet meer zo goed uit voor zwart, sterker nog volgens de computer is dit gewonnen voor wit. Julian liet dit mooi zien met 24. Thc1 Df5 25. h3 Tec8 26. Dc2 Te8 27. Ld6 g5 28. Dc6 Df3+ 29. Kg1 Df5 30. Db7 Dg6 31. Le5 Teb8 32. Dc6 Tf8 33. De6+ Tf7 34. Txf7, waarna zwart opgaf, sinds stuk verlies niet te voorkomen is:
Met dit punt is kampioenschap een feit! Kunnen Martijn van Dam en Ernst Jan Pluim Mentz de kers op de taart zetten!?
Bij Martijn ging dat lastig worden, die met nog maar een paar minuten tegen Hans van Nieuwenhuizen speelde. De opening was aan dit bord wat rustiger, beide spelers wachtten een beetje af wat de andere borden zouden spelen. Het duurde dan ook even voordat er ook maar een pion van het bord af ging. Op een gegeven moment was het Martijn die de kansen probeerde te creëren, waarschijnlijk omdat hij een beetje nerveus werd van de andere borden. Dit pakte wel aardig uit, maar dat kostte hem een hoop tijd. Een paar foutjes keerden het tij dan ook volledig en nu was het Martijn die in een naar eindspel zat, zoals op de foto te zien is. Een paard tegen loper met spel aan beide kanten is erg lastig en wit heeft ook nog een extra pion aan de koningszijde. Martijn leek nog terug te kunnen komen, maar met minder dan een minuut op de klok was het te lastig om nog moeilijke vragen te stellen en nadat zijn paard werd vastgezet kwam het eerste punt voor Krimpen op de beamer:
Dan nog de laatste partij van Ernst Jan. Hij kreeg een extra lastige tegenstander, in de vorm van Michiel Besseling met een imposante rating van 2133. Desalniettemin begon het vrij aardig voor zwart. Ernst Jan leek een positie te kunnen krijgen die lijkt op de Franse verdediging, maar dan met de lichtveldige loper afgeruild. Hij zag echter dat d5 geen mogelijkheid voor hem was, dat zou leiden tot loperverlies en dus werd het opeens een lastige stelling. Daarna wist wit ook nog een mooi stukoffer te vinden wat hem maar liefst vijf pionnen gaf voor dat stuk. Eenmaal toen een aantal van die pionnen de overkant bereikte moest Ernst Jan dan ook flink wat materiaal inleveren, maar toch wist hij een hoop tegenspel aan de dameszijde te leveren. Dit was echter net niet genoeg en met een naar schaakje, dat de koning naar de f-lijn forceerde, kon de f-pion van wit met schaak promoveren en was het na een aantal zetten mat voor wit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten