zondag 7 juni 2026

HHC ronde 36

Het gaat steeds meer om de knikkers, m.a.w. de kampioenschappen van de diverse groepen komen heel dichtbij nu. Gelukkig leverden de zo langzamerhand vaste leveranciers van commentaar ook nu weer hun kopij in. Door waarschijnlijk een foutje van de indeler had Rik Verheij geen partij en werd hij oneven aangemeld.

Aangezien Ernst Jan Pluim Mentz andere bezigheden had kon nu het gevecht om het clubkampioenschap in volle hevigheid losbranden tussen Jan van Dam en Julian Krabbendam. Julian is eigenlijk al vrij zeker van het kampioenschap van groep 2 maar een clubkampioenschap zal voor hem een hogere prioriteit hebben. Maar daarvoor zou hij nu wel van Jan moeten winnen. Hun strijd was wel interessant maar leek geen succes voor Julian op te gaan leveren. Want tamelijk aan het einde van die strijd wist Jan zijn vrije pion op de a-lijn helemaal naar a7 te manoeuvreren. Daar kon alleen een toren op a8 wat tegen doen. Nu moest Jan dus proberen er een dame van te maken. De strijd ging dus om die pion en Julian ging die pion met zijn tweede toren aanvallen. Dus moest Jan hiervoor in de verdediging. Dat lukte ook wel maar Julian wist de pion toch wel te elimineren. Nu verplaatste de strijd zich naar de koningsvleugel waar inmiddels de witte koning was aangekomen. Die zou daar voordeel kunnen halen maar dat durfde Jan blijkbaar niet aan. Hoewel enkele pottenkijkers voor hem de zet Kd6 aanbevolen speelde hij toch weer Kf5, daarmee de herhaling van zetten in werking zettend. Dus werd de strijd in bijna de kleine uurtjes toch remise.

Thomas Ammerlaan speelde tegen Jan van Huizen en gaf het volgende commentaar op die partij: Uit de opening was het al duidelijk dat het een lange partij ging worden. De dames gingen vrij snel van het bord af en ik maakte het mijn doel om de loper van zwart niet in het spel te laten komen. Dit plan pakte goed uit, ik kwam iets beter te staan en het grootste voordeel was op zet 22:

Lg4 speelde ik om f5 uit te lokken. Daarna speelde ik Pe5+ - Lh5+ was iets beter. Na Kg7 had ik weer de kans om Lh5 te gaan, maar dat leek me te riskant en ging Le2, waar ik al vrij snel spijt van kreeg. Na een aantal onnauwkeurigheden van mijn kant was de partij vrij gelijk en speelde ik meer tegen de lage tijd van Jan. Dit leidde tot een blunder aan mijn kant:
Jan speelde bxc6, waarna ik een pion verlies, maar meer dan genoeg activiteit heb om gelijk te spelen. Pxe2+ was de winnende zet. Ik dacht dat na Txe2 La6 Te3 wit prima stond, maar f4 Te4 Lc4 geeft een hoop problemen, specifiek na Pd2 Txd4 Txd4 Txd4 axb6 axb6 cxb6 Ld5!. Niet veel later stond Jan toch een stuk beter en toen de loper in het spel dreigde te komen speelde ik maar La6 om hem af te ruilen. Een slechte pionzet van Jan bracht mij terug in het spel, hij speelde g4 ipv e4, en twee zetten later maakte hij een fout onder tijdsdruk:
Kf6 en Kf7 zijn beide remise, maar Kd6?? verliest de toren. Ik speelde meteen Td7+, maar b4 was een stuk beter. Het leek me daarna een redelijk makkelijke winst, maar Jan wist nog wat truckjes te vinden op het bord en hij had zelfs een remise op zet 53:

Pe5! zodat ik niet meer het f8 veld heb voor mijn toren. Met nog maar een paar minuten zag Jan dat niet en was Ke6 de keuze, waarna Tf8 wint, want na Ke7 kan ik mijn toren offeren met a6! waarna ik zou promoveren met schaak, Kxf8 a7 f2 a8=D+. Daarom werd Pxb2 gespeeld, waarna nog a6 Pc4 a7 Pb6 Kg3 h4+ Kf2 g3+ hxg3 hxg3+ Kxg3 Kd6 Tb8 kwam, waarna Jan opgaf.

Hierna Martijn van Dam tegen Bonne Faber. Martijn leek het strijdplan van Bonne te willen kopiëren en speelde zijn zetten zonder ze extra te controleren. Het eerste bewijs daarvan kwam in de volgende

stelling met wit aan zet, waar Pxe5 eigenlijk de logische zet zou zijn. Maar Martijn dacht dat hij een mooie aanval langs de g-lijn op kon zetten en speelde Kh1(?). Uiteraard sloeg Bonne op f3. Weer een belangrijk punt kwam er in de volgende stelling met (uiteraard) zwart aan zet:
Het sterkste was hier ...;Dh4 - Pd2;f6 - Te4;Dh3 - Tg3;Dh5 - Kg2 maar Bonne koos voor het op het oog veiliger De7. Nu speelde Martijn het voor hem desastreuze Dg4, waar voor hem Th3 het beste zou zijn geweest, te zien op het volgende diagram:
Met Dg4 kwam er wel een mataanval maar de oplossing vond Bonne al snel met f5 en dus stukwinst na - Dxf4;fxe4 - Dxe4. Nu waren er twee mogelijkheden voor Bonne om het aantal pionnen enigszins in evenwicht te houden: Pxc2 (volgens de computer het sterkste) en het door Bonne gespeelde Txf2. Dit gaf volgens hem de mogelijkheid tot torenverdubbeling op termijn en ook het verdedigen van pion e6. Enkele zetten later kwam de volgende stelling op het bord, met zwart aan zet:
Hier zou ...;Pe2 - De5;Pxg1 - Kxg1;Df7 het sterkste zijn geweest maar Bonne koos voor Pf5, om de diagonaal b1-h7 af tw sluiten en ook g7 een extra dekking te geven. Deze beide mogelijkheden geeft de computer een waarde van -12.26 tegen -6.24. Bijna aan het slot van de partij kwam nog de volgende
stelling op het bord. Martijn had zojuist b3 gespeeld (om die pion nog op het bord te houden)  en Bonne b6 om c5 een steuntje te geven maar vooral om de diagonaal h1-a8 te openen. Had Martijn dit onderschat? Want hij speelde Te1, waarna het achteraf beslissende Pd6 volgde. In plaats hiervan was het nog sterker geweest om ...;Df7 - Txf5;exf5 - Dg2;Txg2 - Kxg2 te spelen. Na Pd6 speelde Martijn nog De3 om na Db7+ en enig gepeins op te geven. Na alle vier de mogelijke antwoorden is het mat in één (Kg1), twee (Df3), vijf (Td5) of negen (De4). Met deze overwinning is Bonne vrij zeker van de winst van groep 3.

Dan het gevecht tussen Fred van Wieringen en Peter Leentvaar. Fred en Peter hadden nog niet tegen elkaar gespeeld. Beiden waren benieuwd hoe de opening zou verlopen. Fred vond dat Peter na de opening goed stond. En nam initiatief op de koningsvleugel. Fred schoof de pionnen naar voren, maar Peter was niet onder de indruk. En speelde goede zetten. Fred had twee vrijpionnen op de d- en e-lijn. Maar Peter wist alles tegen te houden en vast te zetten. Niet veel later werd tot remise besloten.

Er is regelmatig sprake van een remisekoning en dat is opnieuw Peter op dit moment met 10 achter zijn naam. Op de voet gevolgd door Bonne, die 9 keer een vredesvoorstel deed c.q. kreeg. Derde op dit lijstje is die andere Peter met 7 achter zijn naam. Peter Derrez speelde tot nu toe 15 partijen, Peter Leentvaar kwam tot 20 partijen en Bonne speelde er 29 tot zover.

Een volgende partij werd gespeeld door Leo Stelloo en Michiel Landman. Hier zat geen commentator bij te kijken. Wel kan er gesteld worden dat Michiel (weer) met zwart mocht spelen en in de RSB-competitie was dat steeds voldoende voor de overwinning. Nu dan in de huishoudelijke competitie was dat ook het geval. Kunnen de laatste te spelen beide partijen daar nog verenering in brengen / dat nog bevestigen? Michiel staat nu op -2 dus een kans op nog een zwartpartij is niet echt groot.

De partij tussen Dennis de Graaf en Amine Mahjoubi was snel afgelopen. Nadat beiden wat speldeprikken hadden uitgedeeld was het Amine die een succesvolle aanval wist op te zetten, wat materiaalverlies voor Dennis betekende. Die dan ook direct opgaf.

Michael Smalheer is in vorm, vijf keer winst op rij en nog in de race voor de beker van groep 4. Hij staat nu dan ook aan de leiding. Wim Noordermeer moest hem proberen tegen te houden maar dat lukte niet. Michael had ondertussen twee pionnen gewonnen. Toen er na een combinatie nog een stuk bij kwam gaf Wim op.

Na langere tijd zijn gezicht niet meer te hebben laten zien bij De Pionier kwam verrassend deze avond Dik van der Pluijm opdagen. Dat heeft Hans Maagdenberg geweten want hij was het die aan Dik werd gekoppeld, met zwart. Dat was, helaas voor Hans, geen succes. Maar als je dan kijkt naar het krachtsverschil dan is het eigenlijk geen groot wonder dat Hans deze partij verloor. Toch hield hij het nog vrij lang vol.

Jan van Baardwijk was voor het eerst in 2026 weer komen spelen. Herstellende van een val tijdens oudejaarsavond (gladheid), wilde Jan het weer eens proberen een partij te spelen. Zijn tegenstander was Frits van der Veeke. Na een uur gelijk opgaand gevecht wist Jan een aanval op te zetten op de koningsvleugel van Frits. Die wist het in eerste instantie te pareren, maar met dame en toren wist Jan Frits mat te zetten.

Bart Rietdijk moest het deze ronde opnemen tegen Rob Leijn. Beiden kwamen ze goed uit de opening maar het was Rob die het initiatief nam. Stond positioneel sterker en drukte dat uit in een aanval die meteen doeltreffend was. Bart moest de partij gewonnen geven.

Dan tenslotte nog een nieuwe tussenstand.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten