maandag 13 april 2026

HHC ronde 28

Deze avond is er een begin gemaakt met de halve finale van de Interne BekerCompetitie. Verder hielden een aantal van de andere spelers zich omledig met het spelen van hun eigen partijen. Een aantal van hen had het ook druk met de voorbereiding van de RSB-wedstrijd van de volgende avond.

Voor de IBC speelden Ernst Jan Pluim Mentz en Jan van Dam hun twee partijen in de eerste halve finale. Daarin bleek Ernst Jan toch een soort van maatje te groot voor Jan. Hij had de eerste partij al gewonnen, had dus al voldoende aan een remise om zich te plaatsen voor de finale. Maar hij bleek meer te willen en dus buitte hij zijn iets betere positie in de tweede partij - ondanks zijn in eerste instantie achterstand in bedenktijd - goed uit. Hij wist, via de open voorlaatste rij, zijn beide torens sterk in het spel te brengen. Daarbij zat er voor Jan weinig anders op dan één van zijn torens terug te halen naar de achterste lijn. Maar Ernst Jan had ook nog zijn witveldige loper in de aanbieding en daarmee wist hij een mat in één voor elkaar te krijgen zodat hij tenslotte met 2-0 kon zegevieren.

Albert Bijzitter moest proberen zijn hoge positie op de ranglijst vast te houden tegen Peter Leentvaar. De spelers maakten er een leuke partij van, die regelmatig alle kanten op leek te gaan. Je kunt het uit deze regels al een beetje proeven: ze besloten tenslotte tot remise.

De volgende partij was tussen Bonne Faber en Fred van Wieringen. Het was een partij uit een lange reeks, waarin beiden soms wisten te winnen terwijl andere partijen dan weer in remise eindigden. In deze partij maakte Bonne de kleine fout niet te snel te rokeren, waardoor hij een kleine voorsprong in ontwikkeling wwn beetje in rook zag opgaan.

In deze stelling probeerde Bonne dus de sterke zwarte loper van zwart af te gaan ruilen. Maar dat bleek niet het plan van Fred, hij sloot de lange diagonaal met e5. Nu had Bonne het beste f4 kunnen spelen om te proberen zijn plan door te zetten. Dan had er kunnen volgen: - f4;Lg4 - Td2;exf4 - Txf4;Lxb2 - Pxb2;Le6 met iets meer voordeel voor Bonne. Enige tijd later kwam hij weer in het nadeel in de
volgende stelling, met wit aan zet. Hier werd Td3 gespeeld maar volgens de computer zou het, na - La5; Td7 - Lc3;Tdd8 remise geworden zijn door herhaling van zetten. De bedoeling van de tekstzet was om die toren naar de koningsvleugel te spelen om later evt. een aanval te ontketenen. Met deze zet bracht Bonne zichzelf weer verder in de problemen. Wist Fred daar van te profiteren? Dat had misschien kunnen lukken met d5 maar Fred speelde Pd4 en bracht daarmee het (heel geringe) voordeel weer naar wit. Met dit minieme voordeel werd de volgende stelling bereikt, waarin Bonne remise voorstelde, een
voorstel, dat Fred, na enig overwegen, aannam. Het werd nu eigenlijk een kwestie van wie er een fout zou maken en daar hadden beiden blijkbaar geen zin in.

Hierna kwam er een volgende remise, tussen Sheila de Jonge en Peter Derrez. Ook tussen hen zal het een kwestie geweest zijn van dingen uitproberen en tot de ontdekking komen dat hun stelling blijkbaar in evenwicht was.

Maar dan kwamen de spelers aan de beurt die geen zin hadden in remise, hoewel Duncan Peltenburg dat wel aan Leo Stelloo aanbood. Met de woorden "daar kom ik hier niet voor" sloeg Leo dat aanbod af. Hij kon dan ook een loper van Duncan klem zetten op de koningsvleugel, waardoor hij minstens een pion had kunnen winnen. Er werd nog een tijdje doorgespeeld en tenslotte wist Leo zijn tegenstander mat te zetten. Dit ontlokte hem later de opmerking dat zijn tegenstanders altijd doorspeelden totdat hij hen mat had weten te zetten. De volgende avond zou hij meespelen in het RSB-team en er waarschijnlijk anders over denken na afloop. Maar dat is voor het volgende verslag.

In de partij tussen Rik Verheij en Wim Noordermeer was het krachtsverschil te groot, wat ook tot uitdrukking kwam in de uitslag want Rik wist te winnen.

Nog zo'n partij met dezelfde strekking werd het tussen Kees Breen en Michiel Landman en ook hier kwam die stellingname uit want Michiel wist de partij te winnen.

Uit deze commentaren valt wel op te maken dat de commentator niet veel van partijen heeft gezien, net als overigens van de volgende partijen. Daarbij blijkt, dat Jacques Kokshoorn, die met zwart van Dennis de Graaf wist te verliezen, de laatste tijd blijkbaar in een dip zit. Want op papier zou dit niet nodig zijn geweest.

Wat wel "nodig" leek te zijn was de winst van Frits van der Veeke op Michael Smalheer. Frits kan soms heel pienter uit de hoek komen en daar zal Michael geen verweer tegen gehad hebben.

De laatste partij was het debuut van Rob Leijn als Pionier. Dat eigenlijke debuut had Rob vorige week al gemaakt bij het Paassnelschaak. Toen was hij in de veronderstelling geweest dat er een "normale" avond voor competitie zou plaatsvinden, dus nu zijn debuur in de competitie. Daarin werd Joran van Zessen - met wit - zijn tegenstander. Joran wist, gaande de partij, een stuk te winnen en gaf de voorsprong niet meer uit handen. Een debuut met verlies voor Rob dus en dat geeft hem hopelijk wel de moed om door te zetten!

Ook nu weer een nieuwe tussenstand.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten