Helaas waren de beide, om ze voor het gemak maar even zo te noemen, "hulpsinterklazen" beiden afwezig deze avond zodat een groot gedeelte van dit verslag een soort van duimzuigerij is geworden. Te beginnen dan maar bij de drie bekerlotingen. Bij de voorronde is beslist dat Ad van der Ree reglementair een ronde verder is, zodat hij nu aan kon treden tegen Bart Rietdijk. Als je de wandelgangen mag geloven dan heeft Ad er in beide partijen niet al te veel moeite mee gehad om Bart te verslaan. Nu dus verder in de tweede ronde, waar hij dan Leo Stelloo zou tegenkomen. Een tweede bekerloting had ook een beetje te maken met een top vijf klassering in de interne competitie en ze was tussen Martijn van Dam en Albert Bijzitter. Volgens zeggen zouden dit èchte bekerpartijen zijn geweest, eigenlijk zonder rokades. In beide partijen zou Martijn net iets slimmer zijn geweest dan Albert zodat Martijn ook doorgaat naar de tweede ronde en daar een moeilijke tegenstander zal treffen in Thomas Ammerlaan. Dan de derde bekerloting en die leek op voorhand een makkelijke prooi te worden voor Timo van Kesteren. Hij was geloot tegen Michael Smalheer en die zat, zo op de foto te zien, met de handen in het haar. Toch wist hij nog een halfje te scoren zodat Timo als winnaar toch doorgaat naar de volgende ronde. Zijn tegenstander daarin moet dan komen uit de partijen tussen Ernst Jan Pluim Mentz en Fred van Wieringen maar laatstgenoemde heeft eerst nog in de voorronde af te rekenen met Hans Maagdenberg.
Dan nu verder met de interne partijen. De belangrijkste daarvan is, qua plaats, Julian Krabbendam tegen Leo Stelloo. Leo klaagde na afloop over de sterkte van zijn tegenstanders bij zijn hogere klassering. Maar dat is eigenlijk wel logisch. In deze partij toonde Leo wel weer waarom hij zo hoog geplaatst was want Julian had de nodige problemen met de stelling. Maar wel weer werd het probleem van Leo blootgelegd in deze partij: het tijdsgebruik. Een vraag daarbij blijft wel: wat is daarvan de oorzaak? Heeft hij steeds veel tijd nodig om een goede zet te vinden of vertrouwt hij zichzelf te weinig en gebruikt hij dan die extra tijd om de zet te controleren? Hoe dan ook, ook nu kwam hij steeds meer in tijdnood maar zijn spel was zo goed dat ook Julian meer tijd ging gebruiken. Maar de voorsprong voor Julian was zo groot dat hij er goed over na kon denken. Leo daarentegen kon veel korter dan gewenst over zijn zetten nadenken en dat bracht mogelijkheden voor Julian. Hij had twee torens op de c-lijn maar ook Leo had er twee te staan op die c-lijn. Julian ruilde een stel af en ging daarna met de andere op de e-lijn drukken. Dat leverde hem voordeel op en Leo nog meer tijdsproblemen. Hij probeerde nog een eigenlijk niet correct remisevoorstel te doen. Eigenlijk niet correct, omdat hij dan wel aan zet was maar nog geen zet had gedaan voor hij het voorstel deed. "Uiteraard" wilde Julian nog doorspelen. Dit alles met gevolg, dat Leo tenslotte zijn bedenktijd overschreed. Hierdoor kon Julian weer de eerste plek van Albert Bijzitter overnemen.
Maar de moeilijkste en ook meest interessante partij werd gespeeld door Jan van Huizen en Jan van Dam. Ook zij gebruikten veel bedenktijd maar hielden de controle er over goed in de gaten, hoewel Jan van Dam tenslotte toch ook in tijdnood kwam. Een frappant detail was trouwens dat beider dames op de g-lijn tegenover elkaar stonden maar geen van beiden direct het nut van afruil inzag. Dit alles had tot gevolg dat de stelling steeds meer remisetendensen kreeg maar beiden te trots leken om dat voor te stellen. Maar die tijdsdruk voor Jan van Dam leek wel tot gevolg te hebben dat hij wat onzorgvuldiger met de stelling om moest gaan en daardoor pionverlies leed. Beiden gingen nog op verdere pionnenjacht en daar kwam Jan van Huizen dan als winnaar uit naar voren, mede omdat hij nog een pion kon laten promoveren. Toen gaf Jan van Dam dan ook op.
Daarna de partij tussen Jan van Baardwijk en Wim Noordermeer. Daarbij kwam een vervelende situatie aan het licht. Beiden waren namelijk al naar huis gegaan zonder de uitslag door te geven. Dus hierbij het verzoek aan iedereen om, voordat men naar huis gaat, even te controleren of die uitslag wel is doorgegeven. Nu is aangenomen dat Jan gewonnen heeft.
De volgende partij ging tussen Jacques Kokshoorn en Rob Leijn. Daar leek Jacques zijn tegenstander steeds meer bij onder druk te zetten maar Rob - die steeds beter lijkt te gaan spelen - wist zich regelmatig onder die druk uit te werken. Maar tenslotte lukte dat niet meer en moest hij Jacques met de winst feliciteren.
Frank Hordijk lijkt zo veel mogelijk te willen schaken. Voor zover bekend is hij lid bij drie clubs! Van oorsprong bij Schaakstad Apeldoorn, nu is hij ook lid geworden bij De Pionier omdat hij een bepaalde periode van het jaar hier in de buurt verblijft en daarom ook sinds de oprichting lid is geworden van Toren van Goeree. Dat levert hem hopelijk wel veel schaakplezier op. Nu werd Frits van der Veeke zijn tegenstander (met zwart) en - gezien het voorgaande - zou dat niet al te moeilijk voor hem moeten zijn. Dat bleek ook het geval, hij wist die partij te winnen.
Al bijna onderaan de ranglijst gekomen vinden we de partij tussen Bonne Faber en Albert Schaefer. Ook Albert speelt bij Toren van Goeree. Het werd een partij van aanval (door Bonne) en verdediging (door Albert). De eerste speldeprik van de kant van Albert kwam in de volgende stelling:




Geen opmerkingen:
Een reactie posten