zaterdag 21 februari 2026

HHC ronde 22

Er werden nog bekerpartijen gespeeld en ook in de op van de ranglijst kwamen diverse spelers aan het bord. Hierdoor kende de ranglijst natuurlijk wel enige wijzigingen. Ook leverden Thomas Ammerlaan en Fred van Wieringen hun commentaar nog in!

Voor de bekercompetitie konden de partijen tussen Peter Leentvaar en Thijs van Dam worden gespeeld. Helaas voor de competitie zat er geen verrassing in de uitslagen, hoewel Peter wel zijn uiterste best deed om daar verandering in aan te brengen. Inderdaad, hij verloor beide partijen van Thijs, ondanks het verschil in bedenktijd in zijn voordeel. Er moet nog één loting volgen, dan is ook de kwartfinale beslist en krijgen we twee halve finales waarin de naam Van Dam de boventoon voert. Zou het Thijs dan ook gaan lukken om de interne beker voor een vijfde achtereenvolgende keer in bezit te krijgen?

Voor de interne competitie komt de jeugd dan als eersten aan bod met de partij. Julian Krabbendam kon de tweede plek op de ranglijst innemen, maar dan moest Timo van Kesteren worden verslagen. En dat is zeker geen makkelijke taak. Beide spelers zijn aan elkaar gewaagd, al kreeg Julian wat meer grip op de partij. Pion f7 van Timo viel, omdat deze door beide paarden stond aangevallen. Het paard op f7 kon niet meer terug. Julian had gezien dat hij door een combinatie een veld vrij kon maken en het paard was weer terug. Pionwinst voor Julian. Op de damevleugel kon Julian een vrije pion creëren. Deze zou later in de partij promoveren tot dame. Met deze dame werd Timo schaakmat gezet.

Dan, na Fred, het woord aan Thomas tegen Jan van Dam: Uit de opening kwam een vrij gesloten stelling voort, dus werd het lastig om een plan te vinden, dat zou kunnen winnen, of om in ieder geval wat onbalans te geven. Ik nam dan ook misschien iets te veel risico op verscheidene momenten, hoewel de positie altijd redelijk in balans bleef. Jan bleef een beetje wachten, om te zien wat ik ging doen, wat mij toch wel een moment gaf om de positie open te krijgen op de a-lijn. Daardoor kreeg ik een toren mooi op a7 waardoor het moeilijk manoeuvreren werd voor zwart. Uiteindelijk kwam ik door met een prachtige pionzet (e4):

dxe4 is natuurlijk geen optie, want d5 wint de loper, vanwege de matdreiging op g7. fxe4 is interessant, maar is ook niet goed voor zwart na Lxe4, hoewel je wel nauwkeurig moet zijn met wit. Jan koos om voor Pb6 te gaan, maar dat gaf mij de e lijn na exf5 exf5 De1. Ik miste daarna meteen de winst:
Pe6 wint hier natuurlijk en ik had het bijna gespeeld, maar ik ging toch voor De5, waarna Pc4 best vervelend was. Op een aantal momenten stond ik nog een stuk beter, maar ik liet een pion van Jan iets te snel doorlopen, waardoor ik mijn toren voor het paard moest opgeven, waarna een repetitie van zetten kwam:
Te8 Le2 Td8 Ld1 Te8 Le2 en een remise is waar we het bij hielden.

Dan mocht Bonne Faber proberen Ernst Jan Pluim Mentz beentje te lichten. In het verre verleden - wat dus geen gerantie geeft voor de toekomst - was dat wel eens gelukt, hoewel dat al bijna 40 jaar geleden is! Ook lukte het drie jaar geleden nog om hem een remise af te snoepen. In deze partij kwam al snel een mogelijkheid voor hem om een betere positie in te nemen in de volgende stelling:

Zwart had zijn opening een beetje voltooid met 6 ...;c4?! daarmee wit een kans gevend. Maar Bonne zag die kans niet en speelde 7 Pf3 i.p.v. het veel sterkere 7 Dg4. (Bijv. 7 Dg4;Da5 8 Lb2;g6 9 Pf3;Pd7 10 a4;Pb6 11 Df4;h6 12 Le2;Pxa4 13 Dd2 en wit staat, volgens de computer, op +1.07). Maar nu werd hij dus - keurig volgens de regels van deze opening - in een veel mindere positie gedwongen. Toch hield hij stand tot ver na zet 20 en had daar steeds kansen op beter spel. Maar hij bleef maar kijken naar de kleine verbeteringen in zijn positie zodat Ernst Jan rustig aan zijn overwinning kon bouwen. Maar Bonne ging echt in de fout op zet 26, waar hij (zie diagram) op g3 had moeten slaan, ondanks de dan
slechtere positie van zijn koning. Hij speelde echter 26 h3? daarmee zwart de kans gevend om zijn kamp met 26 ...;Tf2 binnen te vallen. Nu kwam hij - na steeds in de plus te hebben gestaan - plotseling in de min. Nu was het ook snel afgelopen want na 27 Lg4 (Lf3 is beter);Pf5 28 Da3 (nog steeds met een aanval op de koningsstelling van zwart bezig en nog geen idee wat hem zelf te wachten stond);h5 29 Lf3;Pe3 30 Db2 (zie vorige opmerking);Tf1#.

Verder met Michiel Landman tegen Jan van Huizen en Fred: Dan een spannende partij tussen Michiel en Jan. De partij eindigde echter abrupt. Michiel had net een toren geruild voor een paard en een pion. Tevens ook voor goed tegenspel. Jan moest goed in de verdediging. Michiel ging weer in de aanval met zijn dame. Hij plaatse deze op e8, maar helaas stond deze ongedekt zodat Jan de dame gratis op kon halen. Ongeloof op het gezicht van Michiel, die meteen opgaf. Jammer want de partij kon nog steeds voor beiden alle kanten op.

Reinier van der Wende komt steeds beter in vorm. Reinier kon een tijd niet schaken door fysieke problemen maar dat was nu voorbij. Dat merkte Fred van Wieringen ook. Vanaf de opening werd hij onder druk gezet. Door een aantal foute zetten van hem werd de stelling alleen maar slechter. Hij probeerde een pionoffer maar daar trapte Reinier niet in. De stukken van Fred stonden op de koningsvleugel opgesloten en Reinier ging lopen met zijn pionnen op de damevleugel. Dit was doorslaggevend. Fred kon deze niet tegenhouden en gaf op. Een verdiende overwinning voor Reinier.

Leo Stelloo en Frits van der Veeke speelden tegen elkaar. Leo kreeg een open centrumlijn en bezette die met beide torens. Frits had er ook één toren op staan met een paard er direct voor. Om dat paard een extra steuntje te geven speelde Frits zijn koning uit zijn veilige plekje, achter de paaltjes, naar het centum om daar het paard extra te ondersteunen. Dat had hij eigenlijk beter niet kunnen doen, nu kreeg Leo aanvalspunten en maakte daar ook gebruik van. Dat ging Frits - die hier niet sterk op reageerde - op termijn een stuk kosten en enkele zetten later ook de partij.

Dennis de Graaf speelde tegen Hans Maagdenberg en was weer snel klaar eigenlijk. Hoe dat precies is gegaan weten beide spelers het beste. Voor commentaar werd er weinig van gezien. Later bleek, dat Hans had gewonnen.

Omdat het schoolvakantie was bracht Bart Rietdijk zijn zoon Steven mee om hem te laten kijken hoe het bij de senioren gaat. Steven speelt bij de jeugd. Tegenstander was (met wit) Wilco Baartmans. Het werd een snelle overwinning voor Wilco. Toen hij naar huis ging, speelden vader en zoon nog een potje schaak (om het af te leren?).

De laatste partij ging tussen Joran van Zessen en Albert Schaefer. Joran is wegens zijn ploegendienst niet elke week in staat om te komen spelen. Nu was hij - wegens een ochtenddienst - blij dat het tegen Albert relatief snel was afgelopen. Albert zette een aanval op de koningsstelling van Joran op maar was daarbij niet goed voorbereid op het tegenspel. Daarbij werden de aanvallers dame en paard tegelijk door een pion aangevallen. Dat wist Albert nog te keepen door zijn dame voor de aanvallende pion te zetten. Maar dat bleek tenslotte toch niet afdoende want een aantal zetten later kon Albert de partij opgeven.

Dit breng dan weer een nieuwe tussenstand.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten