zondag 8 februari 2026

HHC ronde 20

Er is weer een begin gemaakt met de kwartfinale van de Interne BekerCompetitie. Ook werden enkele spannende partijen gespeeld voor de Interne Competitie. Daar doet vooral één speler van zich spreken! Gelukkig werpen zowel Fred van Wieringen als Thomas Ammerlaan zich op als leveranciers van kopij!

Voor de kwartfinale van de bekercompetitie waren zowel Tim van Huizen als Martijn van Dam aanwezig en ze hadden voor deze ronde tegen elkaar geloot. Van hun eerste partij werd alleen door henzelf iets gezien. Later moest hen zelfs gevraagd worden wat de uitslag werd. Die partij bleek Martijn gewonnen te hebben, dus stond hij al met één been in de halve finale. Maar de tweede partij werd iets anders, daarin wist Martijn al snel een pion te winnen maar was de stelling nog niet echt rijp voor de nekslag. Wie schetst dan ook de verbazing van Martijn toen Tim remise bood. Aangezien hij met die uitslag door ging naar de volgende ronde greep Martijn dit aanbod met beide handen aan! Waarschijnlijk had Tim de moed al verloren en bood hij daarom remise. Hoewel de positie voor hem nou niet direct bijzonder hoopgevend was had hij toch kunnen proberen er wat meer dan remise uit te halen. Maar je weet nooit, hoe iemand anders er tegenover staat.

Kijken we dan nar de interne competitie, waar Julian Krabbendam flink van zich doet spreken. Al een paar van de toppers uit de competitie heeft hij aan zijn zegekar gebonden en nu was het - met zwart dan - de beurt aan Thomas Ammerlaan, die daar ook verslag van doet: Een rare partij van mijn kant, hoewel je misschien niet veel kunt  verwachten als je h4 op zet 7 speelt. Ik zag al snel een aantal dingen over het hoofd, waaronder wat paardoffers op b2:

Na Pxb2 was de partij waarschijnlijk geen 100 zetten geworden, maar gelukkig speelde Julian f5 en na Db1 ruilde hij ook nog de dames af. Na deze afschuwelijke opening begon ik eindelijk redelijk te spelen voor een zet of 10, hoewel het nog steeds ongemakkelijk was, want Julian had controle over de e-lijn. Op zet 27 stond ik dan ook weer verloren na f3:

In plaats van f3 had ik gewoon direct Kc2 moeten spelen. Na cxd4 Kc2 is het een heel ander verhaal, vanwege Lc5 cxd4 Lb4, waarna mijn koning erg slecht staat en mijn toren geen goede velden heeft. Uiteindelijk viel de b3 pion en leek het heel even dat ik ofwel mijn loper b2 ging verliezen of nog meer pionnen. Na wat goede defensieve zetten van mij was het echter niet zo duidelijk meer en wist ik wonderbaarlijk genoeg in een positie te komen waar ik maar een enkele pion achterliep. Toch maakte ik nog één ontzettend domme fout op zet 50: 
Ik speelde hier Pd3, maar Pd7 zou mij een vrij gemakkelijke remise geven, na Ta2 Pxf6 gxf6 en Te7, sinds zwart geen voortgang kan boeken met zijn drie pionnen op de f-lijn. Na Pd3 valt er eigenlijk niet veel meer te zeggen, Julian ging Kg5, zodat ik niet veel trucjes meer had om nog een remise te houden. Uiteindelijk gingen de d en a-pion van het bord af en de f en g-pion gingen langzaam naar voren. Op zet 79 gaf ik mijn paard op voor een f en g-pion en mijn toren op zet 86 voor de andere f-pion, waarna Julian mat zette met toren loper en koning op zet 100.

Dan een volgende partij(en) uit de top van de ranglijst en daarvoor komt Fred in actie: Fred en Jan van Huizen werden aan elkaar gekoppeld. De twee bestuursleden speelden al vaker tegen elkaar en dat werden altijd spannende partijen. Zo ook nu weer. Jan kreeg de meeste grip op de partij. En dat via de damevleugel. Fred had zijn dame op de c-lijn staan waar de toren van Jan ook stond. Jan maakte hier gretig gebruik van. Fred zag een vork over het hoofd volgens Ernst Jan Pluim Mentz. Fred wist onder de druk uit te komen met f4 en een grote afruil begon. Fred leek er beter uit te komen. Jan liet Fred met zijn toren binnen komen en moest verdedigen. Beiden gingen ze op pionnenroof. Fred was bezig met een pion te promoveren en vergat dat zijn koning alleen stond. Jan viel deze met koning, toren en paard aan en Fred kon een schaakmat niet meer verhinderen.

Timo van Kesteren en Rik Verhey weken af van de normale opening. De partij was echter snel klaar toen Rik zijn loper ongedekt op een veld zette. Timo kon deze zo pakken. Rik gaf dan ook direct op.

De partij tussen Maurits Leentvaar en Reinier van der Wende beloofde een mooie partij te worden. Reinier speelt, nadat hij weer hersteld is van zijn rugblessure, weer het volledige speeltempo. Ook Maurits kampte de afgelopen maand met zijn gezondheid. Dit was dus zijn eerste partij dit jaar. De partij zelf ging gelijk op, maar het vuurwerk begon in het middenspel en eindigde in het eindspel. Het spel met dame, torens en paarden, waarin veel combinaties mogelijk waren, was leuk om te zien. Echter na veel afruil van de stukken bleven er vier pionnen over voor Reinier en drie voor Maurits. Het geheel werd zo afgewikkeld dat het remise werd.

Sheila de Jonge kampt ook met haar gezondheid maar probeert wel te spelen als dat nodig is. Deze avond kwam er belangstelling "in de vorm van" Rinette Lugard en Sheila wierp zich op om tegen haar te spelen. Ze wist ook te winnen en hopelijk is dat verlies voor Rinette niet een directe reden om niet meer te komen!

De partij tussen Hans Maagdenberg en Michiel Landman had voor eerstgenoemde een op zich vervelend slot. Michiel had namelijk een eer dreigend uitziende aanval op de koningsstelling van Hans. Die aanval kon opgevangen worden door de witte dame. Maar dan moet je haar wel laten staan! En dat deed Hans niet want Michiel sloeg een pion op de koningsvleugel die (ook) door de dame werd gedekt. Maar toen Hans daar terugsloeg met z'n dame kreeg hij de vervelende ervaring dat hij nu mat werd gezet.

Er was enige onrust aan het begin van de indeling want er was een fout bijgemaakt. Ad van der Ree was - ook wegens gezondheidsredenen - een hele poos niet meer komen spelen en werd nu ingedeeld tegen een lid van het ook spelende viertaller. Dat kon natuurlijk niet en er moest iets anders komen. Daarom werd Ernst Jan gevraagd of hij het erg vond om een keer oneven te zijn. Daar had hij geen probleem mee en daarom speelde Bonne Faber nu niet tegen Ernst Jan maar (met zwart) tegen Ad.

Het werd een relatief rustige opening met een grote afruil van de paarden in het centrum, zoals te zien op bijgaand diagram. Nu speelde Ad e4, een zet, die zowel voordeel als nadeel voor Bonne betekende. Hij wilde namelijk graag Lf6 spelen maar dat ging nu niet goed wegens e5. Maar daarentegen bezette die pion wel de lange witte diagonaal en dus kon Bonne z'n b-pion opspelen om de dametoren ook te spelen. Daar speelde Ad weer keurig op in met de zet Lf4. Nu volgde - La6;Tfd1 - Dc8;Dxc8 - Taxc8; Td7! en er ging een pion voor Bonne verloren. Volgens Ernst Jan sta je in zo'n geval al redelijk verloren en Bonne kreeg ook een dergelijk gevoel. 

Nu echter maakte Ad een grote fout door niet Lc4 te spelen maar hij speelde a4. Nu volgde er - a4;fxe4 - fxe4;Tb4 - Lg2;Txa4 en meteen bood Bonne remise, zonder bij zichzelf te overleggen of er eventueel nog winstmogelijkheden in de stelling zaten. Die zaten er niet direct in. Dat overleggen deed Ad wel en na enkele minuten te hebben nagedacht accepteerde hij het aanbod.
Joran van Zessen kreeg te maken met Dennis de Graaf en hij bleek niet opgewassen tegen diens min of meer agressieve spel en verloor de partij derhalve.

Bart Rietdijk speelt nu al een paar weken bij De Pionier en heeft daar echt zin in. Bart moest nu uitkomen tegen Jacques Kokshoorn. Bart speelde goed, maar Jacques nog beter en na twee pionnen winst liet Bart een paard in staan. Er werd nog doorgespeeld maar Bart moest de punten aan Jacques laten.

Deze opmerkingen van Fred brengen dan weer een nieuwe tussenstand.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten