zondag 1 maart 2020

Ronde 24

Waren er nog leden met sneeuwpret bezig? Of met nog andere vakantieideeën? Hoe dan ook, de opkomst liet enigszins te wensen over en dat zou je toch wel een beetje aan de voorjaarsvakantie mogen wijten. Want voor carnaval was het al te laat!?

Een gevecht om een hoge plek op de ranglijst kwam er tussen Jan van Huizen en Jan van Dam. Diens zoon Thijs had andere zaken aan z'n hoofd, staat echter al zo vast op de eerste plek dat het, op dit moment, voor de anderen op achtervolgen is aangewezen. Daar wilden beide Jannen hun beste beentje vooraan voor zetten en daar leek de jeugdleider het beste in te slagen. Hij kwam met z'n dame, heel gevaarlijk, op h6 te staan en Jan van Dam was puur op verdedigen aangewezen. Maar daar had hij wel beide torens, de dame en twee paarden voor klaarstaan. Er werd op zeker moment veel druk over de g-lijn gepleegd door Jan van Huizen, waar een paard van zijn tegenstander gepend voor de koning stond. Dat paard werd tweemaal aangevallen en de druk werd nog verhoogd door er nog een toren bij te halen. Zodoende stonden er twee torens en de dame op dat veld gericht en de enige mogelijkheid voor Jan van Dam was zijn tweede paard naar f8 te spelen. Dat deed hij ook en nu verzonk de andere Jan in diep gepeins. Het paard op f8 viel namelijk z'n toren op g6 aan. Er waren enkele mogelijkheden voor verdere aanval en deze Jan koos voor het slaan op g7 met toren g6, wat hem een stuk en de dame opleverde tegen 2 torens. Omdat hij er voor al materiaal achter stond kon hij het hiermee een beetje rechttrekken. De andere mogelijkheid was geweest de pion op f6 te slaan en dat kon met een toren of een loper. Beide mogelijkheden zagen er aantrekkelijk uit, het gepeins van Jan was dus best te begrijpen, hoewel Txf6 eigenlijk het meeste voor de hand lag. Nu wist Jan van Dam een mooi eeuwig schaak-patroon in de stelling te brengen (hij had zijn torens weten te verdubbelen op de tweede rij) en zodoende werd gekozen voor het gedane remiseaanbod.
Op enige afstand hiervan streden Ad van der Ree en Hans van Calmthout om nog een mooie plaats in de top-5 van de club. Beiden zagen meer in de voorzichtige benadering van het gevecht en aldus kwam er een voor beiden sterke positie op het bord. Helemaal in de trant van hun spel deze avond werd er tot remise besloten.
Maar andere plannen had Martijn van Dam tegen Sheila de Jonge. Ook hij was druk bezig met het zetten van druk op de vijandelijke stelling en wist daarbij de zwartveldige loper van Sheila naar veld h8 te drijven, waar deze loper enigszins troosteloos voor zich uit stond te kijken, in dit geval tegen een vastgelegde pion op d4. En hij had ook nog zijn zware stukken allemaal op de damevleugel staan, waarvandaan ze vervelende dingen konden uitrichten. En die dingen kwamen ook tot stand, toen er het nodige materiaal om de koning van Sheila ging rondcirkelen. Hierdoor werd de druk zo hoog, dat ze geen uitweg meer wist te vinden en Martijn daarom feliciteerde met de winst.
Wim Noordermeer kreeg Dik van der Pluijm tegenover zich en hun krachtsverschil bedraagt zo'n 400 ratingpunten in het nadeel van Wim. Zijn aanvalsstrategie, met het zoeken van trucjes in de stelling, wilde ditmaal niet slagen en zodoende was Dik, eigenlijk al vrij snel, een punt rijker.
Voor de partij tussen Leo Stelloo en Bonne Faber komt meteen een belangrijk begrip, in de strategie van het schaken, naar voren: concentratie. Daar bleek Bonne in het begin van de partij te weinig rekening mee te houden. Leo viel namelijk een stuk aan met een pion en Bonne meende dat stuk wel even te kunnen laten staan en eerst ruil van andere stukken te kunnen plegen, hij dacht daarmee een pion te winnen. Maar als je zelf materiaal met een stuk gaat slaan en je tegenstander dat met een pion kan doen, dan blijkt er aan het einde van dit feest materiaalachterstand uit het gevecht te zijn gekomen. Zo kwam Bonne een paard tegen een pion achter te staan met daarbij nog een soort van verachting van zichzelf, om dit niet naar de juiste waarde geschat te hebben. Helaas voor Bonne wist Leo wel de beste concentratie op te brengen, hoewel hij zo nu en dan wel te maken kreeg met een gevaarlijke situatie. Bonne probeerde tenslotte nog in troebel water te vissen door met zijn dame jacht te maken op de koning van Leo. Toen die dame tenslotte vastliep in de stelling van Leo gaf hij de partij maar op, met nog steeds dat paard tegen een pion achterstand.
In de nog lagere regionen speelden Frits Wilschut en Albert Schaefer hun partijtje. Wat daarbij aan hun stelling opviel op een gegeven moment was een ver opgerukte pion van Albert, die daarmee een paard van Frits aanviel maar die pion stond gepend wegens een erachter staande ongedekte toren. En de pion werd door een toren aangevallen. Toch had Albert het paard kunnen slaan want daarmee kwam de pion op de zesde rij en was daarna niet meer te stoppen door de toren. Maar Albert zag deze combinatie niet en er werd nog wat verder materiaal afgeruild, waarna tenslotte tot remise werd besloten.
Het lijkt er een beetje op, dat veel van de aanwezige Pioniers toch wel in een vredelievende stemming waren want Casper Verbeek wist zijn partij keurig remise te houden tegen Jan van Baardwijk, wat toch wel een mooie prestatie is te noemen.

Hierdoor is er weer een nieuwe stand.

1 opmerking:

Een reactie posten